De elektronische identiteitskaart

Vanaf de leeftijd van 12 jaar krijgt elke Belg een identiteitskaart. Vanaf 15 jaar moet je de identiteitskaart steeds op zak hebben of bij verlies een vervangend attest (dat 1 maand geldig is). De kaart moet worden voorgelegd bij elke vordering van de politie en, in het algemeen, telkens de houder het bewijs van identiteit dient te leveren. Ook een gerechtsdeurwaarder kan de voorlegging ervan vragen. 

Voorwaarden

Stap 1:

Oproep

Wanneer je een nieuwe identiteitskaart moet krijgen, ontvang je een oproepingskaart, die vermeldt aan welke voorwaarden de pasfoto moet voldoen en op welke datum je ten laatste persoonlijk moet aangemeld zijn in de dienst bevolking. Je kunt echter ook zelf een nieuwe identiteitskaart aanvragen. Bijvoorbeeld bij beschadiging, verlies/diefstal of wanneer de pasfoto niet meer gelijkend is.

Stap 2:

Eerste aanmelding

Bij de eerste aanmelding in de dienst onderteken je een document, aan de hand waarvan de identiteitskaart opgemaakt wordt.
Breng 1 recente pasfoto mee die maximum 6 maanden oud is en voldoet aan de nieuwe strenge ICAO normen.

Stap 3:

Puk- en pincode

Na 2 à 3 weken ontvang je thuis een omslag met je puk- en pincode.

Stap 4:

Ophalen en activatie

Met de ontvangen omslag en je oude identiteitskaart bied je je persoonlijk aan bij de dienst burgerzaken voor de activatie en de ophaling van je elektronische identiteitskaart.

Kosten
  • Eenheidstarief: €18,00
  • Spoedprocedures (aanvragen voor 14u30):
    - Dringend: €85,00
    - Zeer dringend: €130,00
Wat moet je meenemen?

Je vorige identiteitskaart

Extra informatie